Kwartaalcijfers woningmarkt: Huizenprijzen 9,7% omhoog

De huizenprijzen zijn het afgelopen jaar met 9,7% gestegen. Dat blijkt uit cijfers die de NVM heeft vrijgegeven over de woningmarkt, in het bijzonder kwartaal 3. Dat betekent dat je vorig jaar gemiddeld €241.000 euro betaalde voor een huis. Nu is dat dus €264.000 euro.

Verder zien we net als in kwartaal 2 dat er niet meer huizen zijn verkocht dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. waarschijnlijk omdat het aanbod de vraag niet aan kan. Er zijn wellicht meer mensen die willen kopen, het aantal te koop staande huizen laat het simpelweg niet toe.

Dat blijkt ook wel uit cijfers over het gemiddeld aantal dagen dat een verkochte woning te koop heeft gestaan. Dat aantal is gedaald van 79 vorig jaar naar 56 dagen dit jaar.

Het is overigens niet het enige dat mankeert aan het aanbod. Buiten het feit dat het simpelweg te weinig huizen zijn, hebben verkopers ook steeds meer moeite een marktconforme vraagprijs op te stellen. Dat blijkt uit het percentage huizen dat boven de vraagprijs is verkocht. Dit is opgelopen tot 25%. Het is een fenomeen dat tot 5 jaar geleden eigenlijk nauwelijks voorkwam (2%).

Een laatste opvallende ontwikkeling is die van de vraagprijzen. Hoewel steeds meer mensen hun huis boven de vraagprijs verkopen, stijgt ook deze erg hard. Van €295.000 euro vorig jaar naar €337.000,- euro dit jaar. Ook ruim 10% dus.

Nogmaals een bevestiging van het feit dat het steeds gekker wordt op de huizenmarkt. Door de NVM wordt beweerd dat het te maken heeft met verkopers die wachten met het te koop aanbieden van hun huis voordat ze gekocht hebben. En daar zit natuurlijk wat in. Niemand wil in het vacuüm terechtkomen waarin je weliswaar goed verkoopt maar geen alternatief vindt tenzij je nog meer betaalt dan wat de verkoop je opgeleverd heeft.

 

 

Huizenprijzen eurozone stijgen met 3,8%

Niet alleen in Nederland gaat het hard, in de gehele eurozone stijgen huizen prijzen met gemiddeld 3,8%.

De huizenprijzen in Nederland zijn in Q2 ten opzichte van Q2 van 2016 gestegen met 7,3%. Dat is de  grootste stijging die we de afgelopen jaren gezien hebben. Sinds 2015 lag deze stijging ieder kwartaal tussen de 4% en 7%. Daaruit blijkt niet alleen dat we al jaren een stijgende lijn te pakken hebben. Het is ook duidelijk dat het steeds harder gaat.

Het is overigens een beeld dat je in de volledige Eurozone ziet. Het gemiddelde ligt hier op 3,8%. Slechts één land wijkt af van deze trend. In Italië zijn de huizen 0,2% goedkoper dan in Q2 2016. In IJsland is sprake van een enorme sprong. We zitten daar al een jaar lang in de dubbele cijfers, het laatste kwartaal zelfs 22%.

Aflosboete wordt toch anders

De omstreden aflosboete die in het regeerakkoord opgenomen is, wordt in de praktijk toch net iets anders. In plaats van 20 jaar, wordt 30 jaar de tijd genomen om de zogenaamde Wet-Hillen af te schaffen. In het artikel over de maatregelen in het regeerakkoord gaf ik aan dat de groep huizenbezitters zonder hypotheek de komende twintig jaar last krijgen van deze afschaffing. Dat wordt dus iets verder uitgesmeerd, het gaat over 30 jaar.

Hypotheekrenteaftrek op de schop: Wat gaat er veranderen?

De hypotheekrenteaftrek gaat behoorlijk veranderen. En dat is niet voor het eerst. Enkele jaren geleden is er al een kleine aanzet gedaan. Nu wordt er pas echt doorgepakt. Enkele jaren geleden mocht je de betaalde hypotheekrente inkomensafhankelijk aftrekken. Dat betekende tegen maximaal 52%. Vooral heel aantrekkelijk voor mensen waarvan een relatief groot gedeelte van het inkomen in dat belastingtarief viel. Om dat grote voordeel voor hen af te bouwen is begonnen met stapjes van 0,5 procentpunt per jaar naar beneden te gaan. Inmiddels zitten we aan 50%. Niet heel snel dus.

Per 2020 gaat dat behoorlijk veranderen. Tegen de tijd dat we op 49% staan, gaan we in plaats van 0,5 vanaf 2020 4 jaar lang in stappen van 3 procentpunt afbouwen. Dat betekent versneld verlagen tot maximaal 36,9 procent. Dit lijkt een maatregel die slecht uitpakt voor de huizenbezitter. In Den Haag beweren ze iets anders. Hoe kan dat nou precies?

Er speelt naast inkomen en rente namelijk nog iets: Het eigenwoningforfait. Dit is een klein percentage van de waarde van je huis. Dit bedrag moet je eerst van de betaalde rente aftrekken voordat je bij het werkelijk aftrekbare bedrag komt. Lees: Hoe hoger het eigenwoningforfait, hoe kleiner het werkelijke bedrag waartegen je belasting mag aftrekken.

Een logische conclusie zou zijn: Den Haag geeft aan dat je volledig gecompenseerd wordt voor het verlagen van de hypotheekrenteaftrek. Dan moet ook dat eigenwoningforfait omlaag. Immers, dan blijft het bedrag waartegen je rente mag aftrekken wellicht gelijk. Het lijkt er nu op dat dat inderdaad omlaag gaat naar 0,6%. Maar dan ben je er nog niet. Ook de inkomstenbelasting gaat omlaag. Voor inkomens tot €68.800 geldt een vlaktaks van 37%. Dat is zelfs voor de middeninkomens een verlaging van ongeveer 4 procentpunt = 10%! De correctie lijkt er dus inderdaad te komen.

Zijn er ook nadelen? Ja, daar lijkt het wel op. Mensen die hun huis afbetaald hebben, waren altijd vrijgesteld van eigenwoningforfait. Die maatregel gaat in 20 jaar afgebouwd worden.

Hypotheekrente voor 30 jaar zakt onder 3%

Voor het eerst in de geschiedenis is de gemiddelde rente voor 30 jaar rentevaste periode gezakt onder de 3%. Ondanks een aantal verstrekkers dat de rente verhoogde werd toch voor het eerst de grens verbroken. Dit had te maken met een grotere groep met een renteverlaging.

Na de 5-jaarsrente in 2014 en de 10- en 20-jaarstente in 2015, is nu dus ook voor het langstlopende tarief de 3% grens doorbroken.

Overigens gaat het hier om een gemiddelde. De goedkoopste tarieven schommelen bij een hypotheek met NHG al rond de 2,5%.